Analyseren is snijden, in stukken delen, om inzicht en overzicht te krijgen. Dat deed de psychoanalyse van Freud, die de westerse mens genadeloos open sneed om onze psychische dynamiek te vinden en te benoemen in een onwrikbaar taalsysteem: de freudiaanse theorie. Maar dat kan niet slechts in taal. Dat kan ook heel goed in beeld, zoals de in elkaar gezette en daardoor zo overtuigende landschappen van Ruysdael ons al laten zien. Maar zeker in onze moderne tijd, waarin we door de digitale bewerking er zo sterk gewend aan zijn geraakt dat beelden samengesteld worden, gemanipuleerd, in elkaar geknutseld, is dit alles niet langer te ontkennen. Veel mensen doen het zelf actief bij het bewerken van hun foto's. Als moderne, digitaal aangepaste beschouwer kunnen we psychisch de demontage van het beeld gemakkelijk volgen, misschien omdat we het zelfs wel ervaren als virtueel? Het is werkelijk een onderdeel van onze psyche aan het worden en een interpretatiewijze van de aangeboden werkelijkheid door tv of film. En dan ontstaat er eenzelfde neutraliteit als met de games of met het uit elkaar schroeven van een stuk technisch speelgoed: we kunnen ze demonteren en weer in elkaar zetten en er is verder niets aan de hand. Geen wet wordt overtreden; we worden niet onpasselijk of raken niet verschrikt. Maar als we dit met menselijke mensfiguren doen: soldaten, humide cyborgs, of sensuele vechtmachines met geile heupen, weggelopen uit het filmdoek? Of als we een overstekend oudje digitaal van de weg afracen? Dan ontstaan er vragen'¦
Met groot gemak demonteert Nicola Rozemeyer haar menselijke figuren. Het is bijna fysiek pijnlijk om als kijker haar portretten aan te zien, temeer daar ze zo menselijk zijn. In mijn ogen is dit een noodzakelijke pijn. We voelen en zien de demontage van menselijk leven met een gezicht, met roze handen, kijkende of rustende ogen. en dan, na korte tijd, gebeurt er iets bijzonders, wanneer we de bereidheid opbrengen langer te blijven kijken in deze portretten. Want voordat we het ons goed realiseren is er plotseling vanuit de herkenbare demontage opnieuw een mens ontstaan, vanuit de gescande en weer samengevoegde stukken menselijke onderdelen. Er is zelfs een zeer overtuigende menselijke mens ontstaan. We kijken ernaar en ervaren nu zonder meer de menselijke aanwezigheid. Ons kijken in haar geschilderde tekeningen krijgt zo twee geheel verschillende en tegengestelde momenten die echter in en door de tekening rechtstreeks met elkaar verbonden zijn: ze liggen als het ware over elkaar heen en vallen, smelten samen. Eerst het zien van de afzonderlijke gekozen onderdelen van het beeld, die liefst nog in verschillende lagen van de schildering zijn weggestopt, om ze op afstand van elkaar te houden; dan voelen we de pijn. Maar daaruit ontstaat op wonderlijke wijze een nieuwe synthese; we kijken naar een vanzelfsprekend beeld van een nieuwe mens. We voelen bijna haar adem, we zien het kloppen van het bloed. Deze metamorfose doet denken aan de sjamanendood, een noodzakelijke (en 'virtuele') dood van een kandidaat-sjamaan om opnieuw te kunnen leven, maar nu met de taak om met de bovenaardse krachten te kunnen communiceren. Noodzakelijke wedergeboorte.
(zie vervolg artikel)
'¦