''??er vallen, nee dwarrelen takjes naar beneden, bijna achteloos gevallen uit haar jonge hand . Ze kijkt naar beneden, mee met de val van de takjes. Ik denk aan vingers, speelse vingers. Ik denk aan aders; de takjes liggen over de onderarm, bij de pols geschilderd, aders als tunnels van kloppend bloed, leven wat stroomt door haar jonge lichaam. Ik denk voortdurend aan jonge lente, aan dat punt waar de lente zich aarzelend uit de late winter trekt maar er nog iets van meeneemt, van de kou. De kou moet nog gaan wijken; de takken staan nog kaal, de warme zon moet eerst komen''??.
De takjes zijn getekend in dezelfde lijnvorm waarin de omtrek van de jonge vrouw is getekend. Ze verheft zich net uit de achtergrond omhoog naar mijn kijkende ogen; zonder de dunne omtreklijn was dit niet gebeurd. Alles bevindt zich zo op het scherp van de snede, alles moet nog een pas verder zetten om in het verhaal te komen. Er wordt gewacht, er wordt gesluimerd.
Er hangt een sfeer van doorschijnendheid in de menselijke gestaltes van de portretten. Bewust is deze opgebouwd; de verschillende lagen in de geschilderde tekeningen worden versterkt door de lichaamsdelen die de kunstenares heeft uitgekozen en weer heeft samengevoegd. De losse onderdelen van het lichaam verschijnen vaak op verschillende dieptes van het schilderij, op een plaats die hen weloverwogen maar intuïtief is toegekend. Ze trekt daarmee mijn kijken scheef, mijn normale ervaren van het menselijke lichaam. Ze verwringt mijn kijken en duwt er tegenaan. Ze houdt wellicht op voordat de samenhang van het lichaam scheurt, voordat de integratie daarvan het begeeft? Het is dus werkelijk een experiment. Het is de vraag of er met het opnieuw samenvoegen een nieuwe logica kan of wil ontstaan. Dat risico neemt ze. Soms kan in een portret de beoogde synthese inderdaad niet meer tot stand komen, of is de synthese te afgedwongen om vanzelfsprekend te kunnen worden. Want de kunstenares moet door het vele gebruik van de zachte kleurpartijen af en toe wel zeer stevige omtreklijnen neerzetten, om de figuur uit de smeltende achtergrond te kunnen bevrijden. Dat is lastig op te vangen. Een gezicht krijgt soms een zware helmlijn om zelfstandigheid te verkrijgen, om zich te kunnen onderscheiden van de ruimte boven het hoofd. Maar er zijn ook portretten waarin alles samenvalt; waar een ontroerende, volstrekt nieuwe gedaante ons aankijkt, een gedaante met een enorme doorschijnendheid, alsof we dwars door haar heen kijken en ook mógen kijken. We gaan ons bijna generen; het lijkt alsof de onderscheiding van binnen en buiten het lichaam geheel is weggevallen. Het lijkt alsof we naar moderne Deidres kijken en andere Keltische halfgodinnen, binnen het transparante bestaan van Avalon; maar eigentijds, met heldere keuzes en dus volstrekt volgbaar voor ons. Geen nevel of vaak gehanteerde mist om vooral maar spiritualiteit te suggereren als een aantrekkelijke saus erbovenop. Iedereen kan in deze portretten zien hoe het beeld tot stand is gekomen. We kunnen de genomen keuzes zien in het maakproces; die beeldcommunicatie is er volstrekt duidelijk en toegankelijk. Het beeld is opgebouwd uit weloverwogen samengevoegde beeldelementen. De aangeboden gelaagdheid is door keuzes ontstaan en leidt tot een uitgesproken en modern opgebouwde transparantie.
''??mijn adem stokt als ik kijk, en ik val nog een niveau verder de tekening in .Ik verander ter plekke omdat ik de dingen niet langer uit elkaar kan houden. Ik hoef daar ook geen moeite voor te doen, omdat ik alles vertrouwen kan. Er drijven luchtbellen naar boven, ik bevind me in een aquarium van licht. Geen vissen maar mensen. Geen glas van het aquarium is te zien. Waar ben ik eigenlijk?Waar is ik eigenlijk? Er zijn geen grenzen meer, slechts transparanties die bewegen omdat het water in laagjes golft en het licht er doorheen spoelt. De scheiding is weg, tussen haar en mij''??..
Nicola Rozemeijer staat in haar keuzes en opties niet op zich zelf. Er is een toenemende transparantie te zien in de recente kunst van zowel figuratieve als abstracte kunstenaars. Maar lang niet altijd is men zichzelf daarvan bewust. Niet iedereen kiest duidelijk de schilderkunstige middelen daartoe. Het betreft een transparantie die in de lucht hangt, die zich in veel meer levensgebieden uit; in straatmeubilair - zoals de glazen bushokjes en telefooncellen - is het merkbaar en in de zichtbare constructies van grote evenementenhallen en stadions. De Zuid-Koreaanse moderne film laat het duidelijk zien in bijvoorbeeld de beeldtaal van films als Bin Jip of Bad Boy. Ook de nieuwe architectuur in Seoul of Shanghai belichaamt het. Het is bijna onvermijdelijk en noodzakelijk dat de moderne transparantie ook de schilderkunst binnen sluipt, wil zij aansluiten bij moderne levenservaringen en deze kunnen oproepen.
De vraag is echter of een kunstenaar bewust hiervoor kiest, omdat hij of zij een verhaal of ding te vertellen heeft waarin deze transparantie een onmisbare rol speelt. Omdat zonder deze transparantie het verhaal zou instorten of niet verteld kan worden worden. Daarom moet het zo wanhopig bewust worden toegepast, en moeten alle risico''??s voor lief worden genomen. Ik vermoed dat kunstenaars hier nauwelijks iets over te beslissen hebben. Een impuls, een inspiratie dient zich aan; take it or leave it! Het valt gewoon toe, vanuit de grote ruimte. Pas na een bewuste beslissing hierover kan er pas doelgericht gehandeld worden en kan alle beschikbare schilderkundige ervaring en deskundigheid worden ingezet om zover mogelijk te komen.
Dat ontroert me dan ook bij het zien van de recente portretten van Nicola Rozemeijer. Ik zie in de recente kleurtekeningen een radicale omslag in atmosfeer en beeldtaal. En ik zie tegelijkertijd hoe allerlei oude beeldelementen worden hergebruikt of een andere plaats vinden binnen deze portretten. Oud en nieuw komen samen; niet zomaar of willekeurig, maar noodzakelijk. Bijvoorbeeld de geplaatste balletjes in veel portretten, die door hun subtiele dosering in kleurkracht en scherpte in staat zijn om andere onderdelen van het werk, die op gespannen voet staan met elkaar, te verzoenen of door één deur te laten gaan. Zo verbinden deze balletjes - ze zijn vaak onderdeel in haar eerdere abstracte stilleven ''?? in de portretten vaak de achtergrond met het getoonde lichaam, door in de blouse van de jonge vrouw nauwelijks merkbaar maar toch, terug te komen. Niet bij elk portret lukt dit, dat geef ik onmiddellijk toe. Maar dan zeg ik weer, dit risico moet gelopen worden. Als je het als kunstenaar niet loopt, mis je de boot. Er valt in de moderne kunst nu eenmaal veel te verliezen.
..''??.ik zie een aantal portretten die meer laten zien dan de individuele persoon. Niet zozeer de persoonlijke geheimen, de verborgen individuele spelonken, maar veeleer een innerlijk dat groter en vooral wijder is dan een persoon, een enkel individu. We kijken in het innerlijk dat verweven is met de andere innerlijken van de mensen die bestaan buiten het schilderij.Het is de menselijke verwevenheid zelf die we zien, het menselijke stof, het weefsel waaruit elke mens bestaat en ontstaat. Het is het niet-individuele weefsel, zoals iedereen angst kent, iedereen pijn heeft bij een stoot op de mond, iedereen ontroerd raakt van een jong kind, en dat wordt hier samengevat in een portret om zich te kunnen tonen aan mij''??..
Fons Heijnsbroek